Eerder met pensioen
Voor veel mensen is het een droom: eerder met pensioen gaan, dan dat je de AOW-gerechtigde leeftijd hebt bereikt. De Nederlandse wet zegt niet dat je tot aan je AOW-leeftijd moet blijven werken. Je mag er dus voor kiezen om eerder met pensioen te gaan. Maar je moet de kosten van dit besluit wel zelf dragen. Om deze reden is het belangrijk van tevoren de rekenmachine erbij te pakken en de financiële gevolgen ervan te overzien. Eerder met pensioen gaan is namelijk een grote beslissing, die je niet in één dag neemt. Wil je vroeger met pensioen, dan moet je al ver van tevoren beginnen met de voorbereiding daarvan.
Op deze pagina:

Vroegpensioenmogelijkheden
Hoe eerder je begint met het verkennen van de mogelijkheden van eerder met pensioen gaan, des te beter de voorbereiding is. Als je op een later moment met de voorbereidingen treffen, is de kans op mislukken namelijk groter. Door onder meer te sparen, heb je straks genoeg geld om de jaren tot je AOW-leeftijd af te dekken. Je krijgt pas AOW, als je de leeftijd daarvoor hebt bereikt. Tot die tijd moet je je redden van je eigen geld. Besluit je eerder te stoppen met werk, dan krijg je geen of minder inkomsten. Om deze reden is een besluit om met vroegpensioen te gaan, geen lichtzinnig besluit.
Het besluit om met vroegpensioen te gaan, kent financiële gevolgen. Wil je weten hoe de situatie er ongeveer uit gaat zien? Dan kun je via mijnpensioenoverzicht.nl een overzicht vinden van de verschillende situaties. Zo vind je persoonlijke rekenvoorbeelden, wat er gebeurt als je eerder stopt of juist langer doorwerkt. Dat zijn schattingen. Het zijn geen precieze bedragen. Maar zo weet je wel ongeveer wat je kunt verwachten. Als je wil weten welke gevolgen eerder met pensioen gaan voor jou heeft, kun je het beste informatie inwinnen bij je pensioenuitvoerder.
Voorwaarden vervroegd pensioen
Bij sommige beroepen is het mogelijk om vroegpensioen aan te vragen. Het gaat hier dan om de zogenaamde ‘zware beroepen’. De overheid bepaalt welke beroepen dat zijn. Bij sommige van deze beroepen kun je vanaf je 58e jaar al gebruikmaken van de PAS-regeling. Je kunt dan vanaf je zestigste volledig of gedeeltelijk met pensioen gaan. De PAS-regeling is de zogenaamde Partiële Arbeidsparticipatie Senioren. Daarmee ga je niet helemaal met pensioen, maar verminder je het aantal wekelijks te werken uren. Dat heeft wel gevolgen: je krijgt minder vakantiedagen en gaat er in salaris op achteruit.
Vanaf je 50e kun je helemaal met pensioen gaan. Omdat je de AOW-leeftijd nog niet hebt bereikt, wordt de uitkering ook een stuk lager. Daarom moet je rond zien te komen van alleen je pensioengeld. Verder heb je minder dienstjaren en dus minder opgebouwd pensioen. In sommige gevallen kun je gebruikmaken van de Regeling Vervroegd Uittreden (RVU). In dit geval maak je samen met je werkgever afspraken over wanneer je uit dienst gaat.
Een RVU-uitkering is ongeveer 2182 euro per maand. Als je minder dan 36 uur per week hebt gewerkt, dan valt dit bedrag lager uit. Je kunt onder voorwaarden gebruikmaken van de RVU-regeling. Zo moet je voor 1 januari 2029 de AOW-leeftijd hebben bereikt. Bovendien moet je vanaf het RVU-ontslag minstens 43 jaar of langer voor de overheid hebben gewerkt. Daarvan moeten de laatste 10 jaren bij de sector Rijk zijn geweest.
Verder kun je ook een individuele RVU afspreken. Dat kan als je niet zeker weet of je tot de AOW-leeftijd kan blijven werken. De regels rondom dienstjaren tellen dan niet. Maar wat als je in een andere sector actief bent? Dan kun je alleen eerder met pensioen, als je zelf het pensioen bij elkaar hebt gespaard.
Kosten vervroegd pensioen
Wil je vervroegd met pensioen? Dan kost dat gemiddeld tussen de 6 en 8 procent per jaar dat je eerder dan de AOW-leeftijd met pensioen gaat. Dat lijkt gemakkelijk te berekenen, maar in de praktijk valt het toch tegen. Om deze reden doe je er goed aan eerst de financiële situatie in kaart te brengen. Eerder stoppen met werken betekent in ieder geval dat je minder lang pensioen opbouwt. Tijdens het werken, stop je geld in een pensioenpot. Maar die pot wordt niet langer gevuld, als je stopt met werken.
Verder is er een langere periode waarover het pensioen moet worden uitbetaald. Dit loopt door tot aan het overlijden. Hoewel nooit van tevoren de overlijdensdatum vaststaat, gebruiken pensioenfondsen wel een factor om te bepalen wanneer dit ongeveer gebeurt. Er is minder pensioen opgebouwd en je krijgt langer je pensioen uitgekeerd. Dat betekent dat je er op gebied van inkomsten dubbel op achteruit gaat. Zeker als je dan ook geen AOW krijgt. Naast pensioen en AOW heb je dus wellicht andere potjes nodig om je inkomsten uit te halen.
Je kunt er bijvoorbeeld voor kiezen om je lijfrentepolis, overwaarde van je woning of spaargeld aan te spreken. Ben je zzp’er? Dan kun je mogelijk het vermogen in je onderneming gebruiken als pensioeninkomsten.
Hoeveel geld je nodig hebt, hangt af van je eigen situatie. Wil je bijvoorbeeld gaan reizen, emigreren naar Spanje of gewoon op dezelfde voet verder leven? Zijn de kinderen al het huis uit? Maak een pensioenoverzicht. Schrijf eerst ieder jaar uit in een tijdlijn. Zet vervolgens het verwachte inkomen erachter. Kijk of je al geld krijgt uit je pensioenpot of dat je in aanmerking komt voor de AOW. Bereken ook hoeveel spaargeld en andere inkomsten je aan moet spreken. Vervolgens bereken je de verwachte uitgaven. Op deze manier kun je bepalen of het realistisch is om eerder met pensioen te gaan en wat precies de kosten ervan zijn.
Invloed vervroegd pensioen op inkomen
Eerder met pensioen gaan, kan van grote invloed zijn op je totale inkomen. Kijk daarom eerst naar het totale inkomen vanaf de AOW-leeftijd. Ga er in deze situatie vanuit dat je pensioen niet eerder ingaat. Stel: je hebt genoeg aan een netto maandinkomen van 2500 euro. Je AOW-leeftijd is vastgesteld op 67 jaar. Dat betekent dat als je doorwerkt tot deze leeftijd, je de volledige AOW-leeftijd krijgt.
Maar als je 4 jaar voordat je de AOW-leeftijd bereikt, de helft minder gaat werken, heeft dit invloed op je inkomsten. Werk je 2,5 werkdag per week, dan vervroeg je je pensioen gedeeltelijk. De opbouwperiode gaat dan naar beneden en bovendien moet er langer uitgekeerd worden vanwege het deeltijdpensioen. Daardoor ligt het totale pensioen vanaf 67 jaar lager, dan als je tot je 67e voltijd blijft werken.
Besluit je met deeltijdpensioen te gaan, dan krijg je in dit geval vier jaar lang iets meer dan 2000 euro. Vanaf de AOW-leeftijd krijg je alsnog voldoende geld, namelijk zo’n 2800 euro per maand: AOW en werknemerspensioen. Het werknemerspensioen wordt vanaf de AOW-leeftijd lager, omdat het deeltijdpensioen het levenslange pensioen verlaagt van 1919 naar 1726 euro. Het netto maandinkomen ligt op zo’n 3000 euro, als je de AOW en het werknemerspensioen in dit voorbeeld bij elkaar optelt.
Daardoor lijkt het alsof je 3000 - 2500 = 500 euro per maand over hebt. De keuze om eerder met pensioen te gaan, is dan snel gemaakt. Maar door eerder met pensioen te gaan, moet je het wel vier jaar zonder AOW stellen. Daardoor ontstaat er toch een gat van bijna 500 euro per maand. Om deze reden dien je van tevoren een gedegen berekening te maken. Dit gat kun je opvullen als je al spaargeld hebt, een pensioenbelegging hebt, of een andere manier om je wens om eerder met pensioen te gaan, te financieren.